Header image  

 
 
    home
 

Verspreukingen

Vorige week heb ik een boek gekocht. Op zich is dat niet echt bijzonder, want dat doe ik wel vaker. Ik koop mijn boeken overigens nog ouderwets in de papieren versie. Voor mij geen luisterboeken of digitale uitgaven. Ik wil namelijk gewoon een omslag met leuke kleurtjes en blaadjes kunnen omslaan als ik lees. Maar goed, ik dwaal af. Het boek in kwestie heet "Geen Kip Overboord" en is geheel gewijd aan verhaspelingen van spreekwoorden en uitdrukkingen door bekende Nederlanders. De auteurs, Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar, hebben een kleine vier jaar geleden volgens ongeveer hetzelfde principe "Een Blind Paard Kan De Was Doen" gepubliceerd. We moeten nu trouwens niet meteen gaan denken dat bekende Nederlanders dommer zijn dan hun onbekende landgenoten. Hun gestuntel met taal haalt alleen iets eerder de publiciteit. Wat voor ons overigens geen excuus mag zijn om in alle anonimiteit maar een beetje aan te rommelen met onze taalvaardigheden! Als je zoals ik "iets" met taal hebt, vormt dit soort boeken uiterst vermakelijke lectuur. Ik heb dan ook smakelijk moeten glimlachen om alle flink verbouwde spreekwoorden en gezegden. Het gevaar is alleen dat je na het lezen van een stevige portie verbasteringen aan jezelf dreigt te gaan twijfelen over wat nu eigenlijk de correcte uitdrukking is. Met het gevolg dat je al gauw met samengeknepen tenen zit en er een zwaar hoofd in ziet. En dat kan natuurlijk niet door de haak; dat is nogal klontjes! Een ander risico van het lezen van een boek als "Geen Kip Overboord" is dat je op een gegeven moment last kunt krijgen van een lichte tot matige taaldepressie. Tenslotte zijn in dit boek een kleine 400 versprekingen terug te vinden. Tel daar nog eens een zelfde aantal bij op uit het eerder genoemde "Blinde Paard" en we zitten, naar beneden afgerond, op toch zeker 750 verkeerd gebruikte uitdrukkingen. Je zou je langzamerhand gaan afvragen of er ooit een spreekwoord of gezegde wél correct wordt uitgesproken! Het gevaar ligt dan op de loer dat je de handschoen in de ring wilt gooien en de laatste loodjes erbij neer wilt leggen. Eerlijk gezegd hink ik in dit geval een beetje op twee benen. Enerzijds ben ik geneigd om een traantje weg te prikken om zoveel taalonbenul. De andere kant van de keerzijde is dat je er ook weer niet te hard aan moet trekken. Soms moet je wel eens door de vingers heenkijken, want voor je het weet, krijg je anders de spijker op je kop. En laten we ons troosten met de gedachte dat er altijd lucht aan het eind van de tunnel is. Natuurlijk moeten we er ons ook weer niet met een leien dakje vanaf maken, want sommige taalblunders gaan me echt door merg en ziel. Zo las ik laatst bijvoorbeeld in een sportartikel dat de ene ploeg 'hogenhuis favoriet' was. Dit soort vergissingen werkt me dus behoorlijk op de stuipen. Mijn emmer is even vol zogezegd! Maar laten we, ondanks dat het een zware kluif zal worden, vooral de koe bij de uiers pakken en er met volle wimpel in gaan om ons mooie Nederlands te redden van de ondergang. Anders is er straks helemaal geen taal meer aan vast te knopen. In de tussentijd erger ik me kostelijk aan alle versprekingen en -schrijvingen die ik hoor en zie. En ik kijk in ieder geval nu al weer kokhalzend uit naar het volgende boek van Aalbrecht en Wagenaar! copy; 2010 - Peter Ludikhuize